COLUMN – ‘Gisteren, terwijl hij hier in de woonkamer sliep, hoorden we hem een tijdlang niet ademen. Zou het kunnen zijn wat jij hebt?’ Mijn tante kijkt me voorzichtig aan. ‘Slaapapneu, bedoel je?’
Ik slik en kijk naar mijn oom in zijn rolstoel. Lieve man, sterke wil, maar zijn lijf heeft hem de laatste tijd hard teruggefloten. Door een herseninfarct kan hij nu, drie maanden later, nog steeds niet praten.
‘Misschien moet ik het niet laten horen’, zegt mijn tante, ‘maar ik heb het opgenomen.’ Ze legt haar mobiel neer en al snel horen we het gesnurk, het stoppen van de adem en het weer ademen. Ik zie hoe ongemakkelijk mijn oom zich hieronder voelt, maar hij kan het niet uiten.
Mijn man opperde dat ik 's nachts wel eens door mocht ademen
‘Hoe kwam jij erachter dat je apneu had?’ Die vraag van mijn tante triggert een rij herinneringen. Ik vertel over mijn man, die opperde dat ik ’s nachts wel eens door mocht ademen. Dat hij me in bed soms een zetje gaf om te checken of ik nog leefde. En ik, die daar zorgeloos overheen praatte.
De aanhoudende moeheid bracht me toch bij de huisarts. In de wachtkamer zag ik een folder over slaapapneu waarin ik mezelf herkende. Daarna volgden het gesprek en de onderzoeken.
Het slaaponderzoek herinner ik me goed. Ik dacht dat ik een kastje mee zou krijgen om mezelf aan vast te klikken. Zoiets. Ik had geen idee. In de behandelkamer plakten twee verpleegkundigen draden op mijn borst, hals en pontificaal op mijn hoofd.. ‘Eh… dit gaat er straks eerst nog even af, toch?’ vroeg ik. Ze lachten: ‘Nee, morgenvroeg pas. Na het slapen natuurlijk.’
Met een knalrode boei over straat
En dus liep ik een half uur later, vol plakkers en met een knalrode boei, het ziekenhuis uit. Omdat we – om geld te besparen – de auto een stuk verderop hadden geparkeerd, moest ik nog een eind lopen. Mijn hoofd gloeide. Het wachten bij stoplichten leek eindeloos. Vanuit mijn ooghoeken zag ik nieuwsgierige, misschien zelfs meewarige blikken. Wat was ik blij toen ik eindelijk bij de auto was.
Hoe ongemakkelijk die slaaptest ook was, hij bracht me waardevolle inzichten: over mijn gezondheid, mijn lichaam en wat er ’s nachts met me gebeurde.
Ik voel me nu sterker en fitter dan tien jaar geleden. Wie weet hoe ver het had kunnen komen zonder die diagnose.
Ik kijk naar mijn oom. Zijn ogen zijn helder, maar zijn lichaam verraadt wat hij heeft moeten inleveren. Was er vóór dat infarct al iets mis, zonder dat iemand het doorhad?
Ik slik. ‘Bespreek het in ieder geval met de neuroloog’, zeg ik zacht. ‘Het is de moeite waard om uit te zoeken.’
👇 Lees meer columns en blogs over slaapapneu:
Of lees hier al mijn blogs en columns over slaapapneu.
Deze column verscheen eerder in Het Apneu Magazine (©: Cynspirerend).
























