COLUMN – ‘Heb je een glaasje water voor me?’ zeg ik als ik binnenkom. In de hoek zie ik de kat al nieuwsgierig naar me loeren en ik weet eigenlijk meteen hoe laat het is. Voordat je het weet, loopt hij cirkeltjes om mijn benen. Ik heb geen probleem met harige bolletjes, wél met het effect dat ze op mij hebben: jeuk, tranende ogen en een piepende adem. Tenzij ik snel even dat pilletje inneem.
Terwijl ik mijn allergiepil doorslik, bekijk ik mijn vriendin eens goed. ‘Wat zie jij er uit,’ zeg ik. Ze kijkt nog wat duf. Haar man heeft vannacht flink liggen snurken.
‘Dat doet hij wel vaker. We hebben van alles geprobeerd, maar soms heeft hij van die nachten. Oh, dat is echt niet leuk.’ Tot in de vroege ochtend heeft ze een boek gelezen, in de hoop dat de slaap haar zou overvallen en het geronk geen effect meer zou hebben. Tevergeefs. Pas toen haar man uit bed stapte, sloot ze haar ogen. ‘Hij kan er niets aan doen,’ zegt ze. ‘Maar toch…’
'Er moet toch iets tegen te doen zijn?'
Ze hebben al een slaaponderzoek gehad, maar slaapapneu bleek het niet te zijn. ‘Er moet toch iets tegen te doen zijn?’ verzucht ze, terwijl ze haar zoveelste kop koffie inschenkt.
‘Mijn moeder heeft slaapapneu,’ zegt ze. ‘Jarenlang was ze doodmoe, tot ze wisten wat het was. Nu ze met zo’n masker slaapt, voelt ze zich beter dan ooit. Zoiets heb jij toch ook?’
Het gesprek komt op mijn eigen apneu. Ik vertel haar dat ik ’s nachts een ster was in niet-ademhalen. Dat mijn man (toen nog mijn vriend) soms checkte of ik überhaupt nog leefde. Snurken kon ik ook.
Uiteindelijk bleek er een blokkade te zitten. Die wordt nu ’s nachts weggeblazen. Zo komt mijn lichaam letterlijk weer op adem. Heel fijn. Ze zucht. ‘Zoiets hoop ik voor mijn man ook. Een oplossing.’
Ik ben een ster in mijn adem inhouden
Later hebben we het over het voorjaar. De zon, de vogels, de bloemen. Heerlijk! ‘Ja,’ zeg ik, ‘behalve de hooikoorts.’ Die pollen laten me soms letterlijk happen naar lucht.
Lachend voeg ik toe: ‘Nu ik er zo over nadenk: ik ben echt een ster in mijn adem inhouden. Allergieën, hooikoorts, apneu… Wat heb ik toch een adembenemend lichaam!’
Wandelend op weg naar huis neem ik mijn lijf bewust in me op. Acht jaar geleden voelde het nog futloos, vermoeid en pijnlijk. Inmiddels zijn mijn kracht en weerbaarheid flink gegroeid. Weliswaar niet geheel op eigen kracht, maar met hulp van pufjes, pilletjes en een flinke luchtstroom die me helpen om op adem te komen.
Wat dat betreft ben ik dankbaar dat ik in Nederland woon. Waar de kennis en zorg bestaan om mijn adembenemende lijf — elke dag én nacht — te ondersteunen.
Deze column verscheen eerder dit jaar in Het Apneu Magazine (©: Cynspirerend).
👇 Lees meer columns en blogs over slaapapneu:
Of lees hier al mijn blogs en columns over slaapapneu.




























