Uitzicht op de achterburen

In mijn schrijfkamer zit ik voor een groot raam. Lekker veel licht. En uitzicht op drie achterburen.

Ze hebben al bijnamen gekregen in mijn hoofd: De actievelingen wonen links. De afwezigen in het midden. En de liggers rechts. 

De actievelingen

De actievelingen zijn altijd wakker, voordat ik wakker ben en nog steeds wakker als ik ga slapen. Ook al schuif ik al om 6:30 mijn gordijnen open: Er brandt altijd licht. En ze zijn altijd bezig. Meneer wast regelmatig de ramen van de bovenverdieping. En mevrouw is altijd bezig. Dit maakt ze schoon, daar hangt ze wat op, ze kookt eten en stoft de kamer. Nu is ze relatief rustig. Ze zit aan haar eetkamertafel, terwijl ze naar haar laptop kijkt. Ik denk dat ze ook aan het bellen is, maar dat weet ik niet zeker. Ik kan het nou ook weer niet zo goed zien allemaal.

De afwezigen

De middelste achterburen zijn niet zo interessant. Ze zijn eigenlijk veelal afwezig. Er brandt bijna nooit licht in de woonkamer of in de andere kamers. Het enige wat enigszins mijn aandacht trekt is een wit kussen dat al wekenlang tegen het raam ligt op één van de slaapkamers. Ik vraag me af waarom. Maar verder zijn de rolgordijnen boven altijd dicht.

De mobiele eenheid

Bij mijn rechter achterburen heb ik altijd een duidelijk zicht op de grijze hoekbank. En dat komt mooi uit, want daar vindt bij hen de meeste actie plaats. Overdag ligt er meestal een vrouw op de bank. Achter de bank staat een witte box. Ook vandaag zie ik de vrouw weer, terwijl ik naar buiten kijk. Ze ligt op de bank. In een zebraprintje. Kussen onder haar hoofd. En mobiel in haar handen. En dat verbaasd me niets. Want deze familie is gek op mobieltjes. ’s Avonds ligt haar man ook op de bank. En ook hij kijkt dan altijd naar zijn mobieltje. Ook bij visite. Of wanneer een kindje van een jaar of drie erbij zit: Er is altijd voornamelijk aandacht voor het mobieltje. Ze zijn in hetzelfde huis, maar niet samen. Althans, zo zie ik het. Het lijkt me zonde om zo weinig van elkaar te zien. 

Hoe zouden ze mij hebben gezien?

Maar ja, dan denk ik ook: Stel dat mijn overburen vorig jaar rond deze tijd naar mij aan het koekeloeren waren. Ik was flink zwanger en had een grote buik. Ik zat de hele dag in mijn grote fleecebroek en shirt van mijn man in mijn luie stoel. De stoel half omhoog, zodat er zo min mogelijk druk op mijn maag en buik kwam. Want liggend werd ik benauwd en overeind zittend strontmisselijk. Met zo’n halfhoge houding maakte ik de kans zo klein mogelijk dat ik weer zou gaan overgeven.

Dan zouden ze me daar hebben zien zitten. Elke dag wachtend in die stoel, totdat een alarmpje op mijn mobiel aangaf dat ik weer iets moest gaan eten. Of dat ik mijn medicijnen moest innemen. Tussendoor waren mijn mobiel en teevee mijn grootste vrienden. Anders verveelde ik me echt te pletter. Elke dag was ik weer aan het wachten tot er weer een dag voorbij zou gaan. Ik was aan het aftellen, totdat ik uitgerekend was en mijn dochter eindelijk geboren zou worden. Mijn hoofd was actief, maar mijn lijf kon dat allemaal niet aan. Ik fantaseerde over wat ik allemaal volgend jaar zou gaan doen. Als dit allemaal voorbij was. Maar ondertussen zat ik in de wachtstand. Wachtend tot ik – voor mijn gevoel – weer mee mocht gaan doen met alle anderen. Dat ik weer mee mocht doen met leven. En ondertussen maakte ik – ironisch genoeg – een heel mooi leven in mijn buik. 

Alleen een beeld, maar geen verhaal

Dat was mijn verhaal, met mijn emoties en mijn gevoel. Maar vanbuiten kregen mijn overburen dat allemaal niet mee. En was ik misschien alleen maar een dikke vrouw met flobberkleding die maar wat naar de teevee aan het kijken was. Zij wisten niets van mijn verhaal. Net als ik niets van hun verhaal weet. Ik zie alleen de beelden en -natuurlijk- dat roept wat bij me op. Maar ik ken ze niet. Ik heb geen idee wat hun verhalen zijn. Misschien zijn de actievelingen -net als ik- ongewild werkloos en zoeken ze naar dingen om te doen. Misschien heeft mijn liggende buurvrouw wel alle rust nodig en zit ze ook te wachten tot ze weer mee mag doen met het leven. En misschien zijn mijn afwezige buren helemaal niet afwezig, maar willen ze gewoon erg graag hun energieverbruik verminderen. Ik weet het niet.

Dus zit ik hier (heerlijk rechtop!) aan mijn bureau. Ik typ wat woorden en staar wat naar mijn buren. 

Wat ik zie is niet het hele verhaal. Het zijn alleen maar beelden.

Dus ik oordeel ook niet.

8 gedachten over “Uitzicht op de achterburen

  1. Wat een mooi verhaal en prachtig geschreven. Ik denk dat mensen over het algemeen te snel oordelen over anderen. Wat we zien aan de buitenkant is geen weerspiegeling van de binnenkant.

  2. Mooi verhaal. Je kunt soms inderdaad zo snel bepaalde oordelen of invullingen over mensen hebben. Ik vind het voor mezelf echt een kunst om dat te herkennen en niet te doen, of beter nog: voor te zijn. Je weet inderdaad eigenlijk niets van mensen die je zo ziet lopen (of zitten/liggen, in dit geval). Mooi dat jij dat ook zo kunt zien!

Een reactie plaatsen