Aan het woord: “We pasten perfect bij elkaar. Tot die vakantie…”

“Ik hing wat rond en ineens kwam jij binnen. Je keek naar mij. En je liep rustig mijn kant op. Je vond me leuk, zei je. Ik vond jou ook leuk. Ik voelde me aangetrokken tot je. En al snel bleek dat we perfect bij elkaar pasten. Je ogen straalden. Het voelde goed. Alsof ik voor je gemaakt was. 

Daarna ging het snel. Je liet me niet meer los. Je nam me mee naar je huis. Naar je slaapkamer. Ook daar waren we even helemaal samen. Ik voelde je huid. En jij voelde mij. Samen keken we in de spiegel. Inderdaad. Ik was gemaakt voor jou. En jij misschien zelfs voor mij? Ik was vol vertrouwen. Wij gingen zoveel moois beleven samen. De tijd van doelloos rondhangen was voorbij; nu had ik een doel. Bij jou zijn. Zoveel als ik kon.

Ik mocht mee op vakantie

Al snel vertelde je me dat je op vakantie ging. En ik mocht mee. Ik was blij. Ik zag ons al samen lopen over het strand. De zee in. Zwemmen. Samen opdrogen op het zand. Ik had er zin in. Ik keek ernaar uit. En telde de dagen af.

Een dag van tevoren bleek dat ik niet de enige was die mee ging. We gingen met een groep. Ik was teleurgesteld. Ik had helemaal geen zin in een groep. Wat moest je met die anderen? Maar ik liet niets blijken. En ik ging mee voor jou. Ik had geen keuze. Ik wilde bij jou zijn. De reis was druk en hobbelig. Ik vond het niets. Maar jij was alles. 

Je koos voor die ander

Eenmaal in onze hotelkamer hoopte ik op een moment samen. Met z’n tweetjes. Maar ik had me vergist. De rest ging ook mee. Ik lag op bed. Ik wachtte op jou. En toen, gelukkig. Je hield me even vast. Tegen me aan. Zo’n fijn moment. Maar opeens liet je me weer los: “Nee, hier heb ik helemaal geen zin in.” Je gooide me weer op bed. Zonder waarschuwing pakte je degene naast me. Hij was veel ouder dan ik. Je voelde je vertrouwder bij hem, zei je. Meer op je gemak. En samen verlieten jullie de kamer.

En nu lig ik hier dus al dagenlang. In het donker. Te wachten op jou. Laatst zag ik je even kijken naar me. Je twijfelde. Ik kreeg hoop. En toch koos je weer voor hem. Hij past niet zo goed als ik pas. Bij jou. Maar dat vind jij kennelijk niet. Ik ben op vakantie met jou, maar zonder jou.

Langzaamaan verlang ik weer naar die goede, oude tijd. Naar het rondhangen. Naar al die aandacht van anderen. En vooral naar die tijd voor jou. Zonder jou.”

Niets is wat het lijkt.

Het gaat hier niet om een mens, maar om een ding. Welk ding liet ik hier aan het woord? Heb je enig idee? Schrijf jouw vermoeden in de reactie hieronder. 😉

3 gedachten over “Aan het woord: “We pasten perfect bij elkaar. Tot die vakantie…”

Een reactie plaatsen