Baby & voeding: Vanaf 6 tot 8 maanden – Oefenhapjes en drinken opbouwen

Baby & voeding: Vanaf 6 tot 8 maanden – Oefenhapjes en drinken opbouwen

Cynthia: “Deze WikiCynthia pagina is een vervolg op het stukje over de oefenhapjes van 4 tot 6 maanden. In die periode zijn we al lekker begonnen met de oefenhapjes. De kleine meid smult ondertussen al van peertjes, bananen, erwtjes, zoete aardappels, bloemkool en nog veel meer. Het is echt een klein vreetzakje. En ik vind het dan ook leuk om zelf een hapje voor haar te maken. Maar als ik geen voorraad zelfgemaakte hapjes meer heb, pak ik ook net zo makkelijk een potje. Ik vind het alleen zelf heel fijn om te weten wat de kleine meid binnen krijgt. Bovendien is het zelf maken van babyhapjes heel makkelijk en het scheelt soms nog geld ook. Van wat wij over hebben van het avondeten kun je vaak heel makkelijk een heerlijk maaltje maken.

Op de website van het Voedingscentrum kun je veel vinden over de babyhapjes. Echter, het staat allemaal door elkaar. Erg onoverzichtelijk, vind ik. Daarom zorg ik zelf voor wat meer overzicht op mijn site. En dat deel ik graag met jou.

Over een week wordt onze kleine madam alweer zes maanden. De tijd vliegt. En dus we gaan al snel op naar deze volgende fase! Ik ben benieuwd!” 

Vanaf zes maanden heeft je kleintje echt hapjes nodig naast de borst- of flesvoeding. In de voorgaande twee maanden was dit niet noodzakelijk, maar mocht het wel. Dus ben je nog niet begonnen aan hapjes? Dan is nu de tijd aangekomen om hier echt mee te beginnen.

Wat geef je als oefenhapje?
Je kunt haast alle gezonde producten als geven die je zelf ook eet. Geef bijvoorbeeld een lepeltje geprakte groente of geprakt fruit als oefenhapjes. Of wat kleine stukjes brood zonder korst (vanaf 7 maanden met korst), een beetje geprakte aardappel of rijst. Ook een lepeltje fijngemalen vlees of vis is mogelijk. Geef in het begin het liefst eten met een zachte smaak, dan is het verschil met de zoete smaak van borst- of flesvoeding niet zo groot.

Eerst losse smaken
Laat je kind eerst wennen aan losse smaken en geef in het begin meerdere dagen achter elkaar dezelfde smaak. Zo leert hij die beter herkennen en waarderen. Als je kind gewend is aan de losse smaken kun je voor de afwisseling smaken gaan combineren.

De oefenhapjes kun je prakken met een vork. Een blender of staafmixer is niet nodig. In het begin prak je het hapje heel fijn. Wanneer je het te droog vindt, kun je er wat water of een klontje margarine bijdoen. Als je kind dit allemaal makkelijk eet, prak je het iets minder fijn. Wanneer ook dit vlot naar binnen gaat is het voldoende om het eten alleen in kleine stukjes te snijden.

Opbouwen van vezels
Geef in het begin stukjes lichtbruin brood, witte pasta, witte rijst en pap van rijstebloem. De darmen van je kind wennen zo rustig aan vezels in de voeding. Gaat dat goed, stap dan geleidelijk over op volkorenbrood, volkorenpasta, zilvervliesrijst of pap van volkorenmeel.

Let op nitraatrijke groentes
Geef nitraatrijke groentes niet meer dan twee keer per week als oefenhapjes. En niet in combinatie met vis. Lees meer door te klikken op deze link.

Vanaf 7 maanden: leren kauwen
Om te leren kauwen geef je vanaf 7 maanden brood met korst. Ook als hij nog geen tanden en kiezen heeft, bijt en sabbelt je kind met zijn kaken en dat is goed voor zijn mondspieren.

Pap geven
Vanaf 6 maanden kun je wel pap maken van opvolgmelk. Met moedermelk kun je wel pap maken, maar door een enzym in de moedermelk bindt de pap minder en blijft het dun. Er zijn allerlei kant-en-klare, voorgekookte, fijne of grovere papgranen te koop. Strooi deze in warme opvolgmelk. Even roeren en klaar. Begin altijd met pap van rijstebloem en stap langzaam over op een grovere soort. Geef de pap met een lepel.


Hoeveel geef je?
De oefenhapjes geef je naast de melkvoeding. Daarom is het beter niet te veel te geven, je wilt namelijk niet de trek in borst- of flesvoeding van je baby verminderen. Een goed uitgangspunt is om te starten met 1 a 2 keer per dag 3 tot 4 lepeltjes. Je kunt het langzaam opbouwen, totdat je vanaf 8 maanden echt maaltijden gaat vervangen. Elk kind heeft andere behoeftes, dus harde richtlijnen voor de hoeveelheid zijn niet te geven. Geef een hoeveelheid die jouw kindje prettig vindt. Dring geen eten op.


Voorbeeldschema van GGD: consultatiebureau Gelderland-Midden.
Van 6 tot 8 maanden: volledige melkvoeding en oefenhapjes

 
 Tijd Drinken Geef dagelijks oefenhapjes: Tussendoor of direct na de melkvoeding
 Ontbijt Borstvoeding of 150 a 180 ml opvolgmelk (eventueel met pap). Een beetje granen, zoals kleine stukjes brood of een bordje pap van melkvoeding met rijstebloem. De pap kan ook in een fles, maar lepelen wordt aangeraden. 
 Tussendoortje   Fruithapje
Middag Borstvoeding of 150 a 180 ml opvolgmelk. Sneetje brood in kleine stukjes. Besmeer met zachte margarine en eventueel een klein beetje appelstroop, perenstroop, jam of andere vruchtenbeleg. Leg het brood in het begin in de wangzak voor het oefenen. (maximaal 2 keer per week met smeerleverworst of smeerkaas)
 Tussendoortje Borstvoeding of 150 a 180 ml opvolgmelk.  Vanaf 7 maanden: Geef een broodkorstje.
 Warm eten   Groente met aardappelen/rijst/pasta en vlees/vis/vleesvervanger. Meng dit met een klontje zachte margarine of een theelepeltje olie. Geef nitraatrijke groente niet vaker dan 2x per week en niet in combinatie met vis.
 Voor het slapen gaan Borstvoeding of 150 a 180 ml opvolgmelk. Zodra de eerste tandjes door zijn, begin je met een beetje peutertandpasta te oefenen met tanden poetsen.

Drinken
Als je kunstvoeding geeft, ga je na 6 maanden over op opvolgmelk.

Water drinken
Na 6 maanden kun je je baby langzaam laten wennen aan water drinken. Met gewone melk kun je beter nog even wachten tot je kind 1 jaar is. Borstvoeding en flesvoeding is beter afgestemd op de behoefte van een baby. Het bevat meer ijzer en goede vetten en minder eiwitten dan gewone melk. Een beetje gewone melk is niet schadelijk voor een baby, hij kan het gewoon verteren. Maar als hij te veel gewone melk drinkt, krijgt hij te weinig ijzer binnen. Dat kan leiden tot een tekort. Te veel eiwit kan bovendien schadelijk zijn voor de nieren van een baby.

Het overstappen van borst- of kunstvoeding naar andere drankjes gaat geleidelijk. Je kind zal in het begin voorzichtig een paar slokjes water nemen. Blijf het aanbieden op verschillende momenten, zoals bij de boterham, bij het fruithapje, bij het avondhapje. Ook tussen de eetmomenten in kun je water of thee geven, bijvoorbeeld als hij uit bed komt. Trekt hij zijn hoofdje weg, of duwt hij de fles of beker weg met zijn handjes, dan heeft hij waarschijnlijk genoeg gehad.

Thee als alternatief
Thee zonder suiker is een prima alternatief voor water. In gewone thee en vruchtenthee zit wel cafeïne. Een teveel aan cafeïne is niet goed voor de ontwikkeling van het zenuwstelsel van je kind. Wissel thee daarom af met water en zet de thee licht of leng het aan met water. In kruidenthee zoals kamille, munt en jasmijnthee zit sowieso geen cafeïne. Geef geen anijs- en venkelthee. Daarin zit de stof estrogol, die mogelijk schadelijk kan zijn.

Geen sap en limonade
Sap, aanmaaklimonade en diksap kun je het beste zo min mogelijk geven, anders went je kind aan een zoete smaak. Er zit bovendien veel suiker in, en het is niet goed voor de tanden.

Drinken uit een beker
Een tuitbeker, rietjesbeker of zuigfles is handig, want het knoeit minder, maar de ontwikkeling kan wel minder snel gaan. Uit een gewone beker leert je kind beter slikken en zuigen, en later ook praten. Tussen de 6 en 8 maanden kun je beginnen met je kind uit een beker te leren drinken. Houd eerst zelf de beker vast terwijl je kind zelf slokjes neemt. Je merkt vanzelf wanneer hij de beker naar zijn mond kan brengen en kan drinken zonder al te veel te knoeien. Meestal is dat tussen de 8 en 12 maanden. Laat je kindje regelmatig oefenen met drinken uit een beker: het gaat vanzelf steeds beter

Extra drinken bij warm weer
Als het buiten heel warm is, dan kun je naast flesvoeding een paar lepeltjes water geven. Bij borstvoeding is dat niet nodig, bij warm weer wordt moedermelk vanzelf wateriger. Je kunt je kindje wel wat vaker aanleggen. Hoe weet je dat je kindje wel genoeg vocht heeft binnengekregen? Het aantal plasluiers is een goede maat, dit moeten er minimaal 4 zijn per 24 uur. Ze hoeven niet allemaal even vol te zitten, maar er moet wel een plasje zijn gedaan.


Bronnen:
– Voedingcentrum Nederland 3-6-2017
– Folder “Voeding eerste jaar” van GGD Gelderland Midden

3 gedachten over “Baby & voeding: Vanaf 6 tot 8 maanden – Oefenhapjes en drinken opbouwen

Een reactie plaatsen