De roze mama-wolk

De kleine madam zit bij me op schoot. Ze heeft de nachtfles gehad en ligt rustig in mijn armen te slapen. Ik hoor zachte snurkjes uit haar mondje komen. Ze is zo mooi. Ze is zo lief. Nog eventjes, denk ik. Nog eventjes hier samen. Eigenlijk zou ik haar in bed moeten leggen. Eigenlijk. Maar nog even niet. Ik sla mijn armen even om haar heen. Ze maakt me gelukkig. Ik heb het getroffen met zo’n lieve, mooie kleine meid.

Ik geniet van de ontwikkeling die ze doormaakt. Ze kijkt en luistert steeds beter. Ze wil alles zien en volgen. En als ze iets wil pakken grijpt ze amper nog iets mis. In de box reist ze tegenwoordig hele stukken af. Als ik even niet kijk, ligt ze ineens overdwars in de box. En kijkt ze me met een trotse glimlach aan.

Nog even hoor, denk ik. En ik geef haar een kleine knuffel. Ze moppert even zachtjes. Brabbelt iets. Maar haar oogjes blijven dicht. Ze zucht een zuchtje. En dan komen de snurkjes als vanzelf weer. Ik kijk verliefd naar de kleine madam, terwijl ik denk aan een jaar geleden.

Toen wisten we wel dat we zwanger waren, maar mochten we het nog niet vertellen (die drie maanden grens hè?). Ik voelde me een hoopje ellende. Ik had net een pittige longontsteking achter de rug en was nog zo moe. En van de zwangerschap was ik kotsmisselijk. Ik voelde me hondsberoerd. Wilde zo graag beter worden. En waardig afscheid nemen op mijn werk, waarvan bekend was dat het binnenkort zou stoppen. Ik wilde leuke dingen doen. Genieten van mijn zwangerschap.

Maar mijn zwangerschap was geen roze wolk. Nee het was een donkere wolk, met een zilveren randje, dat wel. Want ik wist waarvoor ik het deed. Waarvoor ik het vol hield: Voor die kleine meid die er aan zou komen. Ik praatte al heel vroeg tegen haar. Vertelde hoe ik me voelde en dat ik van haar hield. Dat ik zo blij met haar was. Dat ze de tijd moest nemen. Dat mama zich soms heel verdrietig voelde, maar dat het niet aan haar lag. Maar aan die stomme hormonen. Het was emotioneel en fysiek een zware periode.

Ik kijk naar de kleine meid in mijn armen. Een kleine traan ontsnapt mijn ooghoek. Ze is het allemaal waard geweest. Ik ben zo trots op haar en hou zo intens veel van haar. Vanuit mijn voeten tot mijn kruin. Met mijn hart, hoofd, ziel en alles wat je kan verzinnen. Met alles in me en om me heen hou ik van dit kleine, tevreden snurkende wondertje in mijn armen. Ik ben gelukkig. Met haar. En met haar lieve vader.

Mijn man. Die er was; door dik en dun. Ook hij heeft het niet gemakkelijk gehad het afgelopen jaar. Ik kon bijna niks en dus kwam bijna alles op hem terecht. Terwijl hij het al druk had op zijn werk. Maar hij was er. Altijd. Gelukkig hadden we ook hulp van mijn lieve moeder en de lieve ouders van mijn man. En ook andere lieve mensen. Je leert wel wie er voor je zijn in dit soort periodes. En ook al voelde ik me in die periode soms behoorlijk ongelukkig, ik mag me prijzen met de lieve mensen om me heen.

Ik glimlach en geef de kleine een kus op haar hoofd. Ze smakt wat met haar mondje. Ik leg haar in haar bedje. “Welterusten Sterre,” fluister ik, “Ik hou van jou.” En ik loop haar kamertje uit. En stap met een tevreden gevoel ons bed in. Ik kijk naar mijn slapende man. De roze wolk die ik tijdens mijn zwangerschap miste, heb ik nu gevonden. Met een dankbare glimlach dommel ik in slaap.

1 gedachte over “De roze mama-wolk

Een reactie plaatsen