De kleine madam: Bij iemand anders

Ik zit op schoot. Bij iemand anders. Ik ben moe. Mijn buik kriebelt. Ik krab. Iemand anders geeft me een kusje. En iemand anders praat tegen me. Maar ik kijk niet naar iemand anders: Ik kijk naar haar. Daar wil ik zijn. Ze loopt voorbij. Ik volg haar zo goed als ik kan. Mijn oogjes, hoofdje en lijfje draaien helemaal mee. Iemand anders praat tegen me. Ik gaap en zucht. Iemand anders doet echt zijn best hoor. Iemand anders knuffelt, kietelt, hobbelt. Maar ik wil nu niet bij iemand anders. Ik wil naar haar.

Ik laat een ontevreden geluidje uit mijn mond komen. Ik krab. Ik voel me niet zo lekker. Ik gaap en wrijf in mijn oogjes. Ik mopper wat. En ik kijk haar weer aan. Mag ik hier weg, mama? Denk ik. En ik hoop dat mama mijn gedachten hoort. Ik kijk haar vragend aan, smekend een beetje. Misschien helpt dat.

“Wil je naar mama?” vraagt iemand anders. En dan -eindelijk- loopt mama naar me toe. Ze klapt in haar handen en zegt “Kom je bij mij?”. Ik glimlach breed en beweeg mijn handjes en voetjes. Ik wou dat ik al naar haar toe kon lopen.

Mama pakt me op en neemt me mee. We gaan samen zitten en ik kruip lekker tegen haar aan. Ik sabbel op mijn duimpje en kijk mama aan. Wat is het toch fijn om bij mama te zijn. Ze kust mijn hoofdje en streelt mijn wangetje. “Ze is moe” hoor ik mama nog tegen iemand anders zeggen. Iemand anders zegt wat terug, maar ik kan het niet meer volgen. Langzaam vallen de beelden en geluiden weg. En val ik lekker bij mama in slaap.

Liefs,
de kleine madam

1 gedachte over “De kleine madam: Bij iemand anders

Een reactie plaatsen