Baby & voeding: Vanaf 4 tot 6 maanden – de eerste oefenhapjes

Cynthia: “Toen mijn dochtertje vier maanden werd, was ik meteen enthousiast. Ze mag nu eindelijk meer gaan eten dan alleen die fles. Leuk!

Op de website van het Voedingscentrum kon ik veel informatie vinden over de eerste hapjes voor de kleine. Echter, alle informatie staat door elkaar. Dan gaat er een alinea over wanneer ze tien maanden is, dan weer over wanneer ze vier maanden is. Op mijn WikiCynthia pagina heb ik daarom de informatie van het Voedingscentrum geordend op leeftijd. Lekker overzichtelijk. Daar houd ik van. 🙂

Deze informatie gaat over de allereerste oefenhapjes voor de kleine, wanneer ze vier tot zes maanden oud zijn.”

 

Iedere baby is op zijn eigen tijd klaar voor zijn allereerste hapjes. Maakt je baby steeds smakkende geluidjes? Kijkt hij het eten uit je mond? Dan kan het tijd zijn om hiermee te beginnen. Het is belangrijk dat je kind rechtop zit en goed kan slikken. Begin met eerste hapjes tussen de 4 en de 6 maanden: niet eerder en niet later.

 

Waarom geef je oefenhapjes?

Met oefenhapjes went je kind aan andere smaken dan die van warme melk. Verder leert je kindje happen van de lepel en oefent zo de mondspieren. En door tussen de 4 en 6 maanden te beginnen met oefenhapjes kun je de kans op een voedselovergevoeligheid kleiner maken. Vanaf 6 maanden heeft je kindje ook echt oefenhapjes nodig naast de borst- en flesvoeding.

 

Wat geef je als oefenhapje?

Je kunt haast alle gezonde producten geven die je zelf ook eet. Geef bijvoorbeeld een lepeltje geprakte groente of geprakt fruit. Of wat kleine stukjes brood zonder korst, een beetje geprakte aardappel of rijst. Ook een lepeltje fijngemalen vlees of vis is mogelijk. Geef in het begin het liefst eten met een zachte smaak, dan is het verschil met de zoete smaak van borst- of flesvoeding niet zo groot.

Geschikte en populaire oefenhapjes: Geschikt fruit om mee te beginnen is banaan, perzik, peer en meloen. Populaire groenten zijn bloemkool, doperwtjes, boontjes, broccoli, worteltjes of pompoen.

Gaat het goed? Maak dan ook fruithapjes en groentehapjes met andere soorten. Laat je kind eerst wennen aan losse smaken en geef in het begin meerdere dagen achter elkaar dezelfde smaak. Zo leert hij die beter herkennen en waarderen. Als je kind gewend is aan de losse smaken kun je voor de afwisseling smaken gaan combineren.

Lekker is dan bijvoorbeeld appel met perzik, aardbei met banaan, kiwi met peer, wortel met pompoen, ontvelde tomaat met courgette en bloemkool met broccoli. 

Kruiden: Een kind mag gekruid eten, ook een baby. Het is niet slecht voor zijn gezondheid. Bouw het wel langzaam op en begin met de mildere kruiden en specerijen. Bijvoorbeeld basilicum, oregano, marjolein, dille, bieslook, bonenkruid, kaneel, nootmuskaat, peterselie en selderij.
Pas in het begin op met de wat pittigere kruiden zoals kerrie, paprikapoeder en peper. Als de mildere kruiden goed gaan, kun je de pittigere kruiden gaan proberen.

De hoeveelheid: De oefenhapjes geef je naast de melkvoeding. Daarom is het beter niet te veel te geven, je wilt namelijk niet de trek in borst- of flesvoeding van je baby verminderen. Een goed uitgangspunt is om te starten met 1 á 2 keer per dag 3 tot 4 lepeltjes. Je kunt het langzaam opbouwen, totdat je vanaf 8 maanden echt maaltijden gaat vervangen. Elk kind heeft andere behoeftes, dus harde richtlijnen voor de hoeveelheid zijn niet te geven. Geef een hoeveelheid die jouw kindje prettig vindt. Dring geen eten op. 

Wat geef je niet: Op deze leeftijd is het overbodig om zoetigheid te geven, zoals een koekje vermengd door het hapje. Baby’s kunnen dan een voorkeur krijgen voor zoet en wennen niet eerst aan losse smaken. Daarnaast is er een aantal producten die je beter niet kunt geven, zoals rauwe vis, rauwe vlees, lever, zuivelproducten, honing en gezoete drankjes en toetjes. Bekijk op de site van het Voedingscentrum een uitgebreid overzicht.

 

Oefenhapjes klaarmaken

De oefenhapjes kun je prakken met een vork. Een blender of staafmixer is niet nodig. In het begin prak je het hapje heel fijn. Wanneer je het te droog vindt, kun je er wat water of een klontje margarine bijdoen. Als je kind dit allemaal makkelijk eet, prak je het iets minder fijn.

Iets geven van je eigen bord: Wanneer je kindje alleen nog maar een paar lepeltjes krijgt, is het makkelijk om iets fijn te prakken wat op je eigen bord ligt (zorg er dan voor dat er geen zout door je eten zit), of prak wat van het stuk fruit dat je tussendoor eet.

Apart klaarmaken en invriezen: Je kunt ook apart hapjes klaarmaken. Maak je een grotere hoeveelheid oefenhapjes in één keer klaar? Bewaar een hapje voor de dag erna afgedekt in de koelkast en vries de rest in een ijsblokjeszakje, diepvrieszakje of –doosjes in. Bewaar ze maximaal 3 maanden in de vriezer.

Laat het ontdooien in de koelkast of ontdooi het vlak voor gebruik in een potje in een pannetje met heet water (au bain-marie), in de flessenwarmer of in de magnetron. Reken voor de magnetron ongeveer  per grootte van 1 eetlepel ongeveer 20 tot 30 seconden op 750 watt. Roer na de helft van de tijd het hapje goed door. Een ontdooid hapje kun je niet opnieuw bewaren of invriezen. Blijft er iets over, gooi dat dan weg.

Wat is een goed tijdstip om een hapje te geven?

Geef de hapjes direct na een borst- of flesvoeding of tussen 2 voedingen door. Je kind is dan ontspannen en heeft geen enorme trek meer. Dat is een goed moment om iets nieuws te proeven. 

 

Bron: Voedingscentrum Nederland 18-4-2017

3 gedachten over “Baby & voeding: Vanaf 4 tot 6 maanden – de eerste oefenhapjes

Een reactie plaatsen